Part two

Bij geslaagde films wordt vaak een tweede deel gemaakt. In de fiscaliteit lijkt dit bijvoorbeeld bij de EU-anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD) eveneens een beproefd concept. In mijn vorige column “Glazen Bol” heb ik stilgestaan bij het feit dat de nieuw te vormen regering, in ieder geval voor 1 januari 2019, de ATAD1 in wetgeving moet gaan omzetten. In de ATAD1 worden vijf onderdelen geregeld, waaronder het aanpakken van belastingplanning met hybride entiteiten in Europa.

De twintig grootste logistieke dienstverleners in Nederland bestaan voor de overgrote meerderheid uit bedrijven met buitenlandse moedermaatschappijen, onder andere gevestigd in Amerika, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Nieuw-Zeeland. De ATAD1 raakt met name de Europese bedrijven.

Inmiddels is – veel sneller dan verwacht – al een tweede deel verschenen van de EU-anti-belastingontwijkingsrichtlijn, de ATAD2. Wat regelt de ATAD2? De ATAD2 wenst vanaf 1 januari 2020 / 2022 de belastingplanning met bepaalde hybride entiteiten / instrumenten en derde landen onmogelijk te maken. De ATAD1 zag toe op Europa en nu wordt het speelveld vergroot (en voor de belastingadviseurs verkleint) van Europa tot de rest van de wereld.

Ook pakt de ATAD2 de planning met hybride instrumenten aan. Een hybride instrument is een geldverstrekking die in het ene land als eigen vermogen wordt gezien en in het andere land als vreemd vermogen. Hierdoor kan een dubbele aftrek of een aftrek zonder heffing worden bereikt. De planning van hybride instrumenten was in Nederland al niet meer mogelijk sinds 1 januari 2016. Ik geef een voorbeeld. Een Nederlandse moedermaatschappij verstrekte geld aan een Pools dochterbedrijf. In Polen werd de vergoeding voor die geldverstrekking (rente) aldaar in mindering gebracht op haar winst wat leidde tot minder te betalen belasting. Tegelijkertijd werd die betaling aan Nederland behandeld als onbelast dividend onder de deelnemingsvrijstelling. Kortom: wel een aftrek, maar geen heffing.

Bij de planning met hybride entiteiten gebeurt eigenlijk hetzelfde doordat een entiteit in het ene land als zelfstandig belastingplichtig wordt gezien en dezelfde entiteit door een ander land als transparant, niet zelfstandig belastingplichtig. Hierdoor kan weer een dubbele aftrek van dezelfde betaling (dus in twee landen) of een aftrek zonder bijheffing worden bereikt. Hier zijn diverse varianten bij denkbaar. Zo wordt simpelweg één rentebetaling in twee landen in aftrek gebracht. De Europese leiders hebben nu afgesproken deze (legale) belastingplanning niet meer toe te staan. Bovenstaande veranderingen in de ATAD2 zullen met name grote invloed hebben voor Amerikaanse investeerders. Momenteel werken die investeerders heel vaak met hybride entiteiten. In de praktijk blijft nu het geld “zweven in een spaarpot op zee” die leidt tot (eeuwig) uitgestelde belastingheffing.

Ik verwacht niet dat er (nog) een vervolg komt op de ATAD met als letterlijke werktitel ATAD3. Dat lijkt ook niet nodig. Wel vormen de ATAD1 en ATAD2 een opmaat tot een vervolg en nieuwe regelgeving: een Europese winstbelasting. Het is hierbij de vraag welke vorm deze krijgt en met welke snelheid stappen gezet gaan worden. Mogelijk hebben de komende verkiezingen in Duitsland en Frankrijk invloed op deze ontwikkeling. Beide landen hebben namelijk binnen Europa nogal een belangrijke stem. Afhankelijk van hun verkiezingsuitslag kan een ontwikkeling versneld of vertraagd worden. Echter, wordt het een trilogie of komt er nog veel meer? Ik denk het laatste …

Meer weten?

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan contact op met Dick van Sprundel per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 16 17. Hij helpt u graag verder.

Downloads

Share