Zelfstandigen in het kunstonderwijs: hoe kunt u als opdrachtgever omgaan met de fiscale risico’s?

24 augustus 2020 - Heeft de docent die u inhuurt als zzp’er feitelijk een verkapt dienstverband met de muziekschool? Is de freelance dansdocente na jaren trouwe dienst eigenlijk in loondienst bij haar opdrachtgever? Het antwoord op deze vragen heeft forse financiële, arbeidsrechtelijke en fiscale gevolgen voor zowel de opdrachtgever als de docent zelf.

Ondanks de complexe en soms wat onduidelijke wetgeving rondom dit vraagstuk, kunt u als opdrachtgever wel de nodige maatregelen treffen om deze risico’s te beperken. 

Fiscale risico’s

Een significant deel van de docenten in de kunsteducatie is werkzaam als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Deze docenten hebben geen arbeidsovereenkomst (geen dienstbetrekking) en het uitgangspunt is dat zij werkzaam zijn als zelfstandige. Indien de docent feitelijk wel een dienstbetrekking blijkt te hebben, kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonheffingen plus boete opleggen aan de opdrachtgever. De opdrachtgever kwalificeert dan immers als werkgever. Overigens zal de Belastingdienst uitsluitend naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen aan de opdrachtgever indien partijen zijn aan te merken als zogenoemde ʽkwaadwillenden’.

Daarnaast heeft een controle van de Belastingdienst mogelijk ook nog gevolgen voor de aangifte inkomstenbelasting van de docent. Denk hierbij aan de toepassing van de zelfstandigenaftrek of het opvoeren van kosten. Het is dus in het belang van beide partijen om de situatie zorgvuldig te toetsen.

Toetsen van de zelfstandigheid

Vooruitlopend op de aangekondigde wijziging van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA), publiceerde het ministerie van Sociale Zaken in juni 2020 een (concept)vragenlijst. Met behulp van deze vragenlijst kunnen opdrachtgevers toetsen of de zzp’er daadwerkelijk als zelfstandige werkzaam is. Deze vragen worden mogelijk opgenomen als onderdeel van de nog te publiceren webmodule om de zelfstandigheid van zzp’ers te toetsen. De vragenlijst is redelijk uitgebreid en de vragen zijn behoorlijk gedetailleerd. Het zal moeten blijken of een dergelijke vragenlijst / webmodule in de praktijk werkbaar is.

Het is daarnaast niet uit te sluiten dat de freelance docenten zelf van mening zijn dat zij feitelijk een arbeidsovereenkomst (dienstbetrekking) hebben met de opdrachtgever. Dit kan leiden tot discussies en heeft gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden. Zo kan onduidelijkheid ontstaan over de toepassing van cao-bepalingen, pensioen, sociale verzekeringen (WW, WIA) en de wijze waarop een werkrelatie kan worden beëindigd (ontslag). Recentelijk zijn hierover diverse rechtszaken gevoerd (onder meer door maaltijdbezorgers en leden van een orkest), waarbij de rechter oordeelde dat er achteraf sprake was van een dienstbetrekking.

Het beperken van de risico's

Wat kunt u doen om de risico’s te beperken en hoe kunt u zelf beoordelen of feitelijk sprake is van een dienstbetrekking? In de praktijk is het doorgaans de vraag of de docenten zichzelf vrijelijk kunnen laten vervangen of er sprake is van een gezagsverhouding met de opdrachtgever. De criteria worden getoetst aan de feitelijke werkomstandigheden. U kunt hierbij onder meer rekening houden met de onderstaande aandachtspunten:

  • Duidelijke werkafspraken maken met de docent. Opstellen van een overeenkomst van opdracht (en de voorwaarden in de praktijk toetsen). U kunt nalopen of de bepalingen in de overeenkomst in lijn zijn met de modelovereenkomsten van de Belastingdienst.
  • Kan de opdrachtgever dwingende aanwijzingen geven aan de docent over de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd? Heeft de docent bijvoorbeeld mogelijkheden om het lesprogramma zelfstandig in te vullen?
  • Kan de docent bij absentie eventueel een vervanger regelen zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever?
  • Heeft u naast de freelance docent ook docenten in loondienst? Het is van belang om het onderscheid tussen die twee groepen helder vast te leggen.
  • Presenteert de docent zich als zelfstandige richting derden? Heeft de docent zelf mogelijkheden om nieuwe opdrachten te werven? Is de docent als ondernemer ingeschreven bij de KvK?
  • Is de docent zelf verzekerd voor bedrijfsongevallen en arbeidsongeschiktheid?
  • U kunt jaarlijks een zogenoemde IB47-verklaring indienen bij de Belastingdienst. Met deze verklaring informeert u de Belastingdienst over een betaling aan een derde en geeft u blijk van goede wil.
  • Invullen van de (concept)vragenlijst / webmodule.

Mazars kan u helpen bij

Door bovengenoemde punten na te lopen en waar mogelijk maatregelen te nemen, kunt u als opdrachtgever de kans verkleinen dat een zzp’er bij een controle door de Belastingdienst wordt aangemerkt als een verkapte werknemer. Hier kan Mazars u uiteraard bij ondersteunen. In de praktijk zijn veelal meer maatregelen te nemen dan in dit overzicht genoemd.

Meer weten?

Wilt u meer informatie over hoe u als opdrachtgever kunt omgaan met relevante risico’s? Neem dan contact op met Martin Aandewiel per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 13 96. Hij helpt u graag verder.

Bekijk ook

Onze focus

Onderwijs - Mazars _ Page.jpg

Onderwijs

In Nederland hebben we veel verschillende soorten onderwijs, van basisonderwijs en speciaal onderwijs tot hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten). Onderwijsinstellingen zijn regelmatig aan veranderingen onderhevig wat betekent dat zij zo flexibel mogelijk moeten zijn. Krimpregio’s, werkdruk, passend onderwijs en professionele ruimte zijn thema’s waar u vandaag de dag als onderwijsinstelling mee te maken heeft. Daarnaast spelen teruglopende leerlingenaantallen vaak een rol. Kortom, onderwijsinstellingen staan voor behoorlijk wat uitdagingen wat vraagt om een beleidsmatige en bestuurlijk efficiënte organisatie. Stakeholders stellen hogere eisen en willen transparantie over uw werkzaamheden en prestaties, waardoor er in uw verantwoording onder andere een continuïteitsparagraaf moet worden opgenomen.

Cultuur - Mazars _ Page.jpg

Cultuur

Culturele instellingen vervullen een belangrijke maatschappelijke behoefte en staan steeds meer in de belangstelling van de politiek en de samenleving. Bij organisaties in de culturele sector, zoals schouwburgen, kunstpodia, en musea, is cultureel ondernemerschap duidelijk aanwezig. Culturele instellingen zijn door marktwerking genoodzaakt om de lat steeds hoger te leggen bij het realiseren van hun doelstellingen, bedrijfsmatig te werken, kosten te beheersen en aanvullende inkomsten te genereren. De Mazars specialisten adviseren u hier graag over.