Toepassing bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet

30 juni 2020 - Onlangs heeft de Hoge Raad zich in een drietal arresten gebogen over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (hierna: BOR) in de Successiewet. De BOR is een faciliteit die, indien aan de voorwaarden wordt voldaan, de bij de overdracht van een onderneming aan de bedrijfsopvolgers verschuldigde inkomsten en schenk- of erfbelasting kan uitstellen respectievelijk aanzienlijk kan verminderen. Aangezien het in de arresten ging om de schenk- of erfbelasting beperken wij ons in dit bericht hiertoe.

Toepassing BOR

Wanneer de BOR volledig van toepassing is op de verkrijging van een onderneming door kinderen van de ondernemer, bedraagt de verschuldigde erf- of schenkbelasting effectief circa 3,4% van de waarde van de onderneming. Wanneer de faciliteit niet van toepassing is, is dat bij een verkrijging door kinderen maximaal 20%.

Eén van de voorwaarden voor de toepassing van de BOR in de Successiewet is de bezitstermijn. Deze voorwaarde houdt in dat in geval van een schenking de onderneming vijf jaar voorafgaande aan de schenking dient te worden gedreven door de schenker. In het geval van een verkrijging door overlijden van de ondernemer is deze termijn één jaar. De Hoge Raad heeft recent een drietal arresten gewezen die betrekking hebben op deze bezitstermijn.

Drietal arresten

  • In twee van deze arresten oordeelde de Hoge Raad dat het voor de bezitstermijn niet van belang is op welke wijze het vermogen van een geschonken onderneming door de jaren heen is samengesteld. Activa en passiva die gedurende de vijf jaren voor schenking van de onderneming zijn verkregen en hierdoor ten tijde van de schenking niet meer als afzonderlijke onderneming kwalificeren hoeven niet afzonderlijk aan de bezitstermijn te worden getoetst, maar maken deel uit van dezelfde onderneming. Indien echter meerdere zelfstandige ondernemingen zijn te onderscheiden kan dit anders zijn.
  • In het derde arrest heeft de Hoge Raad namelijk geoordeeld dat, indien aandelen in een holdingvennootschap worden geschonken, de bezitstermijn voor iedere objectieve onderneming afzonderlijk dient te worden getoetst. Dit heeft tot gevolg dat de BOR niet op iedere, tot het concern behorende deelneming van toepassing hoeft te zijn, ook indien de aandelen in de geschonken holdingvennootschap reeds vijf jaar of meer in het bezit zijn van de schenker.

Mazars kan u helpen

Er dient te worden beoordeeld of op het niveau van de holdingvennootschap sprake is van één objectieve onderneming of dat sprake is van het drijven van meerdere (objectieve) ondernemingen. In dit laatste geval dient op het moment van schenking voor iedere afzonderlijke (objectieve) onderneming te worden beoordeeld of deze onderneming reeds vijf jaar door de schenker wordt gedreven.

De theorie lijkt simpel, maar in de praktijk is dit helaas niet altijd het geval. Graag helpen wij u om te bekijken of uw holdingvennootschap kwalificeert als één objectieve onderneming of informeren wij u uitgebreid over de mogelijkheden van een overdracht van uw onderneming.

Meer weten?

Wilt u graag meer weten over het overdragen van uw onderneming en de gevolgen van de arresten van de Hoge Raad voor de toepassing van de fiscale faciliteiten? Neem dan contact op met Bianca de Kroon per e-mail  of per telefoon: +31 (0)88 277 10 10 of met Alex Broeksma per e-mail  of per telefoon: +31 (0)88 277 10 25. Zij helpen u graag verder.