Wijzigingen voorzieningen groot onderhoud vennootschappen

26 mei 2020 - Bezit uw vennootschap onroerend goed of andere bedrijfsmiddelen die groot onderhoud vergen of vormt uw vennootschap een voorziening voor dit groot onderhoud? Houd dan rekening met de wijzigingen in het beleid voor de vorming en voortzetting van een voorziening groot onderhoud. Deze wijzigingen, gepubliceerd op 12 maart 2020, treden in werking met terugwerkende kracht tot 26 februari 2020.

Voorwaarden voor een voorziening

Met het vormen van een voorziening brengt u toekomstige aftrekbare kosten in een eerder jaar ten laste van de winst. Voor het vormen van een voorziening moet er aan drie eisen worden voldaan:

  • De feiten en omstandigheden dienen vóór balansdatum te hebben plaatsgevonden (oorsprongsvereiste);
  • De kosten moeten toe te rekenen zijn aan het betreffende jaar (toerekeningsvereiste); en
  • Er moet een redelijke mate van zekerheid zijn dat de toekomstige kosten zich zullen voordoen.

Hierbij geldt dat de toekomstige uitgaven redelijkerwijs moeten kunnen worden geschat.

Wijzigingen voorzieningen groot onderhoud

Per 26 februari 2020 is het voorzieningenbesluit geactualiseerd en wordt er een nieuwe voorwaarde gesteld. Volgens het beleid is een nadere rechtvaardigingsgrond nodig voor een voorziening groot onderhoud. Deze rechtvaardiging is nodig wanneer  de toekomstige onderhoudsuitgaven in het jaar waarin de onderhoudswerkzaamheden worden verricht naar verwachting en verhoudingsgewijs aanzienlijk zullen zijn. Dit betekent dat in het jaar waarin het groot onderhoud gepland staat een piek in de onderhoudskosten aanwezig moet zijn. Van een dergelijke piek is sprake wanneer  de onderhoudskosten substantieel hoger zijn dan het normale niveau van de onderhoudskosten in de andere jaren. In beginsel wordt deze piek per pand beoordeeld.

Voor vennootschappen met meerdere panden (vastgoedexploitanten) moet deze piek op ondernemingsniveau beoordeeld worden in plaats van per pand. Wanneer de toekomstige onderhoudsuitgaven zich op ondernemingsniveau al gelijkmatig over de jaren verdelen, mag volgens het gewijzigde beleid geen voorziening groot onderhoud (meer) worden gevormd.

Het gevolg van deze wijzigingen in het beleid is dat bestaande voorzieningen mogelijk moeten vrijvallen. Daarnaast kunnen nieuwe voorzieningen groot onderhoud minder snel worden gevormd. Dit kan bij de vennootschap tot onvoorziene belastingheffing leiden. De vraag is of dit gewijzigde beleid en de uitwerking ervan wel in overeenstemming zijn met de rechtspraak. De voorziening wordt niet toegestaan door:

  • De mate van gedetailleerdheid van de begrote onderhoudskosten. Dit kan een beletsel zijn voor de controleerbaarheid.
  • De tijd tussen de in de aangifte opgenomen voorziening en het daadwerkelijk verrichten van het onderhoud. Deze periode kan te lang zijn (bijvoorbeeld onderhoud over 40 jaar).

Meer weten?

Wilt u graag meer weten of heeft u vragen  over de gevolgen van de wijzigingen voor uw vennootschapsbelastingpositie? Neem dan contact op met Pieter Tra per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 18 85 of met Nick Brinkman per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 18 51. Zij helpen u graag verder.