Stichtingen en verenigingen: geactualiseerd besluit over de subjectieve vrijstelling binnen de vennootschapsbelasting

7 april 2022 – De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit van 10 maart 2022 diverse beleidsstandpunten in lijn gebracht met een recent arrest van de Hoge Raad. De standpunten zien onder meer op de wijze waarop de subjectieve vrijstelling voor stichtingen en verenigingen in de vennootschapsbelasting toegepast dient te worden. Deze wijzigingen kunnen gevolgen hebben voor de vennootschapsbelastingplicht van stichtingen en verenigingen.

Subjectieve vrijstelling

Er geldt sinds 2012 een generieke subjectieve vrijstelling van vennootschapsbelasting voor stichtingen en verenigingen. Met deze vrijstelling komt een stichting of vereniging overigens pas in aanraking nadat het standpunt is ingenomen dat sprake is van beperkte of gehele vennootschapsbelastingplicht. Stichtingen en verenigingen zijn van rechtswege vrijgesteld van deze vennootschapsbelastingplicht, indien de fiscale winst niet hoger is dan:

  1. De eerste winstgrens (€ 15.000) in één jaar; of
  2. De tweede winstgrens (€ 75.000) in een jaar en de afgelopen vier jaar tezamen.

Als een stichting of vereniging belastingplichtig is en vervolgens vanaf enig jaar wordt vrijgesteld, betekent dit dat er een sfeerovergang plaatsvindt van de belaste naar de onbelaste sfeer. Het gevolg hiervan is dat er een eindafrekening moet plaatsvinden. Ook kan een verlies uit een vrijgesteld jaar niet worden verrekend. Voor sommige stichtingen en verenigingen kan het mede om die redenen gunstig zijn om af te zien van de vrijstelling. Hiervoor dient tijdig een verzoek bij de Belastingdienst te worden ingediend. Uiteraard kunnen wij dit voor uw stichting of vereniging beoordelen.

Geactualiseerd besluit

In de praktijk was niet duidelijk hoe de tweede winstgrens toegepast dient te worden als een stichting of vereniging (nog) niet gedurende vijf jaar een onderneming drijft. In het ingetrokken besluit stond dat de tweede winstgrens pro rata van de bestaansperiode moest worden toegepast. Dit blijkt een onjuiste wetsuitleg te zijn. Uit het arrest van de Hoge Raad van 21 januari 2022[1] volgt dat het voor de toepassing van de tweede winstgrens niet relevant is of de stichting of vereniging minder dan vijf jaar een onderneming drijft. Er dient dus geen pro rata benadering te worden toegepast. Er dient beoordeeld te worden of in enig jaar en de voorafgaande jaren (maximaal vier jaar) meer dan € 75.000 winst is gehaald. Hierbij is niet (meer) van belang of in enig jaar meer winst dan het gemiddelde van € 15.000 wordt behaald.

Bovendien heeft de staatssecretaris van Financiën het standpunt ingenomen dat het arrest niet kan leiden tot een ambtshalve vermindering van belasting als de belastingaanslag onherroepelijk is komen vast te staan vóór 21 januari 2022.

Wel keurt de staatssecretaris van Financiën in dit besluit goed dat geen eindafrekeningswinst in aanmerking wordt genomen als een stichting of vereniging op basis van het oude beleidsstandpunt (waarbij de tweede winstgrens pro rata van de bestaansperiode moest worden toegepast) vennootschapsbelastingplichtig was, en in het daaropvolgende jaar is vrijgesteld op basis van de uitleg van de Hoge Raad.

Verliesverrekening over de vrijgestelde periode heen

Een ander interessant punt wat in het geactualiseerde besluit is genoemd, is de mogelijkheid om verliezen mee te nemen over de vrijgestelde periode heen. De overgang naar een vrijgesteld jaar leidt tot een eindafrekening in het laatste belaste jaar. Heeft de stichting of vereniging dan nog verliezen uit die belaste periode, dan blijven deze verliezen onder voorwaarden nog verrekenbaar met winsten uit een volgende belaste periode, ook als de stichting of vereniging in een tussenliggende periode is vrijgesteld.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de subjectieve vrijstelling voor stichtingen en verenigingen of wilt u weten wat de gevolgen van dit besluit zijn voor uw stichting of vereniging? Neem dan contact op met Netty van Kreveld per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 10 22 of met Roy Fonkert per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 17 09. Zij helpen u graag verder.