Overige maatregelen

Op Prinsjesdag zijn de plannen voor het komende jaar officieel bekendgemaakt. Mazars heeft de belangrijkste (fiscale) voorstellen uit het belastingpakket voor 2020 voor u op een rij gezet. Wat verandert er voor u?

Boetevrije inkeer aangepast

Op grond van de inkeerregeling kunnen belastingplichtigen die inkomen of vermogen hebben verzwegen de hoogte van een bestuurlijke boete beperken. De uitsluiting van de inkeerregeling wordt langs twee lijnen uitgebreid, namelijk met:

  • box 2-inkomen
  • inkomen uit sparen en beleggen dat in het binnenland is opgekomen

Het onderscheid tussen inkomen dat in het buitenland is opgekomen en inkomen dat in het binnenland is opgekomen wordt hiermee weggenomen.

Tonnageregime aangescherpt

Sinds 1996 geldt voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting een fiscale stimuleringsmaatregel voor de zeescheepvaart (tonnageregeling). Op aangeven van de Europese Commissie wordt een aanscherping van deze regeling voorgesteld ten aanzien van het

  • in tijd- en/of reischarter houden van schepen
  • vlagvereiste

Gebruik WOZ-waarden bestuursorganen

Op grond van een delegatiebepaling in de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) kunnen bestuursorganen worden aangewezen die bevoegd zijn het waardegegeven van een onroerende zaak te gebruiken. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om gebruik van de vastgestelde waarde van een onroerende zaak (de WOZ-waarde), het adres (meta kenmerk) en de waardepeildatum (temporeel kenmerk). In sommige gevallen is het wenselijk dat een bestuursorgaan alleen de temporele of meta kenmerken kan gebruiken. Daarom wordt de betreffende delegatiebepaling uitgebreid met een beperktere aanwijzingsmogelijkheid.

Gebruik WOZ-waarden door derden

Tot en met 30 september 2016 bevatte de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) een bepaling met een delegatiegrondslag voor het aanwijzen van derden – niet zijnde bestuursorganen – die het waardegegeven van een onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient, kunnen opvragen en die bevoegd zijn dat te gebruiken voor een specifiek omschreven doel. Voorgesteld wordt deze bepaling opnieuw in te voeren met terugwerkende kracht tot en met 1 oktober 2016.

Aanpassing afvalstoffenbelasting

Voorgesteld wordt om in de Wet belastingen op milieugrondslag (WBM) een technische wijziging aan te brengen in het belastbare feit ‘de verwijdering van afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan’. Met dit voorstel wordt geregeld dat het verwijderen van verbrandingsresten in de eigen inrichting buiten de heffing van afvalstoffenbelasting valt, voor zover die verbrandingsresten zijn ontstaan uit de verbranding van aan die inrichting ter verwijdering afgegeven afvalstoffen ter zake waarvan afvalstoffenbelasting is geheven. In alle andere situaties blijft dit een belastbaar feit.

Afvalstoffenbelasting voor buitenlands afval

Sinds 2015 wordt afvalstoffenbelasting geheven bij het storten of verbranden van Nederlandse afvalstoffen. Voorgesteld wordt om ook buitenlandse afvalstoffen die in Nederland worden verbrand te betrekken in de afvalstoffenbelasting. Deze maatregel is een gevolg van het Urgenda-vonnis op grond waarvan Nederland in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 25% moet hebben gereduceerd ten opzichte van 1990.

Verhoging opslag duurzame energie

Het doel van de Wet opslag duurzame energie (ODE) is de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproducten (SDE+) te bekostigen. Bij invoering van de ODE was het uitgangspunt dat de helft van de lasten bij huishoudens neer zou moeten slaan en de andere helft bij bedrijven. Het kabinet stelt nu voor om de lastenverdeling van de ODE te wijzigen in 33% voor huishoudens en 67% voor bedrijven. Daardoor gaan grootverbruikers meer betalen.

Lager belastingdeel energiebelasting

Voor een huishouden met een gemiddeld verbruik van 1.179 m³ gas en 2.525 Kwh elektriciteit stelt het kabinet voor om in 2020 het belastingdeel van de energierekening met € 100 te verlagen. In 2021 wil het kabinet de tarieven ongewijzigd laten en na 2021 de stijging van het belastingdeel van de energiebelasting beperken.

Verhoging overdrachtsbelasting voor niet-woningen

Per 1 januari 2021 wordt het algemene tarief in de overdrachtsbelasting (OVB) voor onroerende zaken 7%. Niet-woningen zijn bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen, bedrijfsruimten, grond die bestemd is voor woningbouw en hotels en pensions. Het tarief voor woningen blijft gehandhaafd op 2%.

Gegevensbescherming en betalingen

In de wet komt te staan welke gegevens de Belastingdienst bij een bank kan opvragen om een door de Belastingdienst ontvangen betaling te kunnen koppelen aan een in te vorderen bedrag. Denk daarbij aan vermelding van een onjuist betalingskenmerk bij een overschrijving. Efficiëntie en gegevensbescherming zijn daarbij leidend.

Meer weten?

Wilt u meer weten over het Belastingplan 2020, de voorgestelde wijzigingen en wat dit voor u betekent? Neem dan contact met ons op per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 15 00. Wij helpen u graag verder.

>>