Wet differentiatie overdrachtsbelasting: aangekondigde maatregelen

23 september 2020 - Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag het Belastingplan 2021. Het voorstel Wet differentiatie overdrachtsbelasting is onderdeel van dit plan. De maatregelen zijn bedoeld om de lasten van starters te verlichten en hun concurrentiepositie ten opzichte van beleggers op de woningmarkt te verbeteren.

IMPACT

De maatregelen hebben daarom niet alleen impact op starters, maar ook op beleggers op de (recreatie)woningmarkt en projectontwikkelaars met (nieuw)bouw- en transformatieprojecten.

Maar uiteraard ondervinden ook andere partijen de effecten van de voorgestelde maatregelen vanwege de verhoging van het algemene tarief (van 6% naar 8%).

De afwezigheid van een overgangsregeling, maakt dat de voorgestelde maatregelen directe gevolgen kunnen hebben voor projecten of transacties die nu al zijn aangegaan (of in de maak zijn), maar pas na 1 januari 2021 tot uitvoering worden gebracht. Wij raden daarom met name beleggers aan na te gaan of het voordelig en haalbaar is om transacties voor 1 januari 2021 tot uitvoering te brengen.

Mazars zet de aangekondigde maatregelen voor u op een rijtje.

NIEUWE VRIJSTELLING OVERDRACHTSBELASTING

Starters op de woningmarkt kunnen met ingang van 1 januari 2021 een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting toepassen. De vrijstelling wordt met ingang van 1 januari 2026 ingetrokken. Aan de vrijstelling zijn onder meer de volgende voorwaarden verbonden:

  • De verkrijgers zijn natuurlijke personen die meerderjarig en jonger dan 35 jaar oud zijn;
  • Die een woning of een recht waaraan een woning is onderworpen verkrijgen;
  • Die deze woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken; en
  • Die de vrijstelling niet eerder hebben gebruikt.

VERLAAGD TARIEF WONING

Andere natuurlijke personen - niet zijnde starters - die een woning verkrijgen, hebben recht op de toepassing van het verlaagde tarief van 2%, mits zij de woning verkrijgen om deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Dit tarief geldt ook voor aanhorigheden die gelijktijdig met de woning worden verkregen.

VERHOGING ALGEMEEN TARIEF

Alle overige verkrijgingen worden vanaf 1 januari 2021 belast tegen het hogere algemene tarief. Dit tarief wordt met ingang van 1 januari 2021 verder verhoogd naar 8% en gaat bijvoorbeeld gelden voor bedrijfspanden, woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt en alle verkrijgingen door rechtspersonen.

OPVOLGENDE VERKRIJGINGEN BINNEN 6 MAANDEN

Het wetsvoorstel bevat ook een technische aanpassing voor gevallen waarin een woning met toepassing van het verlaagd tarief (2%) is verkregen en vervolgens binnen 6 maanden door een opvolgende verkrijger wordt verkregen. In de huidige regeling hoeft de opvolgende verkrijger in essentie alleen overdrachtsbelasting te betalen over de waardeaangroei gedurende 6 maanden.

Wanneer deze opvolgende verkrijger niet het verlaagde tarief mag toepassen (bijvoorbeeld een belegger), dan drukt op de woning effectief 2% overdrachtsbelasting over de waarde waarover de eerste verkrijger belasting moet heffen en 8% overdrachtsbelasting over de waardeaangroei tussen de eerste verkrijging en de opvolgende verkrijging. Dat vindt de wetgever ongewenst. Daarom is de regeling aangepast waardoor in essentie alsnog 8% overdrachtsbelasting komt te drukken in het bovenstaande scenario.

MEER WETEN?

Wilt u graag meer informatie over de Wet differentiatie overdrachtsbelasting? Neem dan contact op met Ronald Plat per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 15 00 of met Eda Bicer per e-mail of per telefoon: +31 (0)88 277 10 30. Zij helpen u graag verder.