OESO-richtlijnen voor belasting op grensarbeid tijdens de coronacrisis

8 april 2020 - De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft onlangs enkele richtlijnen gepubliceerd. Hierin wordt uitgelegd hoe medewerkers die in het buitenland wonen, ofwel grensarbeiders, tijdens de coronacrisis belast zouden moeten worden in de context van bestaande bilaterale belastingverdragen.

Veel overheden hebben inmiddels strenge maatregelen getroffen om hun burgers te beschermen tijdens de coronacrisis, waaronder ook het opleggen van reisverboden. Door deze beperkingen zijn veel werknemers die normaliter voor hun werk de landsgrens overgaan, nu genoodzaakt vanuit huis te werken. Bovendien zijn enkele werknemers zelfs ‘gestrand’ in een ander land dan hun thuisland.

Gevolgen voor belastingheffing

De bijzondere bepalingen in belastingverdragen voor grensarbeiders stellen enkele voorwaarden aan het aantal dagen dat een werknemer binnen – en buiten – diens eigen belastingjurisdictie mag werken zonder dat dit de heffingsbevoegdheden beïnvloedt. Wanneer een grensarbeider niet meer in staat is om te reizen, zou dit daarom invloed kunnen hebben op de fiscale status van deze persoon.

In het geval dat het land waar een werknemer voorheen werkte zijn heffingsbevoegdheden verliest door een dergelijk belastingverdrag, kan dit leiden tot extra fiscale nalevingsproblemen voor zowel de werkgever als de werknemer in kwestie. Werkgevers kunnen namelijk te maken krijgen met inhoudingsverplichtingen die plotseling niet meer door een wezenlijk heffingsrecht zijn onderbouwd. Deze verplichtingen zullen in dit geval moeten worden stopgezet, of er moet een manier worden gevonden om de belastingen terug te betalen aan de medewerker. Hiernaast kan het voor de werknemer zelf leiden tot onzekerheid over diens werkelijke lidstaat van verblijf, waardoor er een kans bestaat dat een deel van de inkomsten moet worden terugbetaald.

Deze uitzonderlijke omstandigheden vragen om een uitzonderlijk niveau van coördinatie tussen landen om administratieve kosten en nalevingsproblemen zoveel mogelijk te beperken. Dit geldt met name voor werknemers en werkgevers die met onvrijwillige en tijdelijke veranderingen in woon- en werkplek te maken hebben. De OESO werkt daarom nauw samen met haar lidstaten om fiscale gevolgen van de coronacrisis en potentiële nieuwe lasten te verminderen.

Pascal Saint-Amans, directeur van het centrum voor belastingbeleid en administratie bij de OESO, zegt: “De uitzonderlijke omstandigheden van de coronacrisis vragen om een uitzonderlijk niveau van coördinatie en samenwerking tussen landen, vooral op het gebied van fiscale kwesties, om de potentieel significante administratieve lasten en fiscale nalevingskosten voor werknemers en werkgevers te beperken.”

Richtlijnen van de OESO

Het OESO-secretariaat heeft enkele richtlijnen gegeven voor de eerder beschreven problemen, gebaseerd op een analyse van de regels van internationale belastingverdragen. Deze richten zich op concrete situaties, zoals de volgende twee voorbeelden:

  • De heer X is zit voor een bepaalde periode vast in een ander land dan zijn thuisland als gevolg van de opgelegde reisverboden en quarantainemaatregelen. De opgave is hier om te bepalen wat de fiscale woonplaats van de werknemer is. In dit geval is het secretariaat van de OESO van mening dat, onder het bilaterale belastingverdrag tussen de twee landen, de fiscale woonplaats van de heer X niet zal veranderen als gevolg van een dergelijke tijdelijke verplaatsing van werkzaamheden. De OESO adviseert het land dat fungeert als tijdelijke verblijfplaats om zijn nationale voorschriften dienovereenkomstig toe te passen.
  • Mevrouw Z, een grensarbeider, zit in quarantaine en is tijdelijk niet in staat te werken door het coronavirus. Dankzij het stimuleringspakket dat is aangenomen in het land waarin haar werkgever gevestigd is, ontvangt zij echter nog steeds haar salaris. Hier is de vraag welk land belasting moet heffen over salarissen die door een stimuleringspakket worden verkregen. In dit geval adviseert het secretariaat van de OESO dat haar inkomen op dezelfde manier zal worden belast als voor de coronacrisis het geval was.

Verandert werken op afstand mijn verblijfsstatus?

De richtlijnen van de OESO behandelen ook mogelijke fiscale problemen betreffende het vestigingsland van ondernemingen, bijvoorbeeld wanneer het management van het bedrijf wordt uitgevoerd vanuit een ander land door reisverboden en/of quarantainemaatregelen. Ook gaat het in op werken op afstand en de mogelijke gevolgen voor bedrijven die grensarbeiders in hun thuisland laten werken. In deze situaties is het secretariaat van de OESO van mening dat deze uitzonderlijke omstandigheden de verblijfsstatus van een onderneming niet zouden moeten beïnvloeden onder internationale belastingverdragen.

Verdere adviezen worden nog bekendgemaakt

De OESO heeft aangekondigd dringend werk te maken van andere punten van zorg die bedrijven, belastingbetalers of belastingdiensten mogelijk hebben. Bijvoorbeeld over grensarbeiders die in hun thuisland op afstand werken door het coronavirus, of personen die vanwege de opgelegde reis- en quarantainemaatregelen zijn geraakt door de geldende verblijfsregels in het land waarin zij verblijven.

Meer weten?

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Alexander Rasink, per email of telefoon +31 (0)88 277 16 15, of Mia van Dijk, per email of telefoon +31 (0)88 277 14 25. Zij helpen u graag verder.